Menu openen
Geluid aan/uit
Heb je een vraag?Kikker

S

slaapdokter

Deze dokter zorgt dat je onder narcose gebracht wordt. De slaapdokter past heel goed op jou als je slaapt.

Met een moeilijk woord heet hij anesthesist.

specialist

In het ziekenhuis werken veel medisch specialisten. Ze hebben veel kennis over een speciaal vak. Voorbeelden zijn kinderarts, uroloog, Kno-arts en/ of anesthesist.

spoedeisende hulp

Hier ga je naartoe als je met spoed hulp nodig hebt. Bijv. als je gevallen bent en ergens veel pijn hebt, wanneer je ineens hoge koorts hebt of als je plotseling heel benauwd bent.

stethoscoop

Met een stethoscoop luistert de dokter naar je hart, je longen en je buik. Zo kan hij horen of je hart goed klopt, of je goed ademt en of je darmen in orde zijn.

 

 

stuwband

De mensen van het priklab gebruiken deze band. Vaak wil de dokter dat je bloed wordt onderzocht. Bloedprikken heet dat. Iemand die bloed prikt heet een laborant.
De laborant doet een band van elastiek om je bovenarm, de stuwband. De band wordt strak aangetrokken. Het doet geen pijn, maar voelt misschien een beetje vreemd. De stuwband zorgt ervoor dat je goed kunt zien waar je bloedvat loopt. Dat maakt het prikken makkelijker. Als het naaldje in je arm zit, gaat de band weer los.

suikerziekte

Eten heb je nodig om te sporten, te spelen, te denken. Eten heb je nodig voor alles wat je met je lichaam doet. In je lichaam wordt het eten afgebroken in heel veel kleine stukjes. Spijsvertering heet dat. Eén deel van die kleine stukjes is suiker. Dat heb je nodig zijn om je lichaam goed te laten werken. Komt er suiker in je cellen, dan krijg je energie om dingen te doen.

Om die suiker in je cellen te krijgen heb je insuline nodig. Insuline is een stof die ervoor zorgt dat je cellen open gaan, waardoor de suiker erin kan. Je kunt het zien als de sleutel die nodig is om de deur open te maken. Je lichaam maakt die insuline zelf.


Heb je suikerziekte (diabetes, met een moeilijk woord) dan maakt je lichaam niet genoeg insuline. Je krijgt teveel suiker in je bloed en je gaat je ziek voelen.

Om je weer goed te voelen, moet je insuline krijgen. Jammer genoeg bestaat er geen insulinepil of drankje. Je moet het inspuiten. Soms een paar keer per dag. Je spuit de insuline in je bil, been of buik.
Om te weten hoeveel je nodig hebt, moet je weten hoeveel suiker er in je bloed zit. Dat doe je vaker per dag. Je doet 1 druppeltje bloed op de meter en ziet meteen hoeveel suiker er in je bloed zit. Je weet dan ook hoeveel insuline je moet spuiten. Als je diabetes hebt, moet je altijd je bloedsuikermeter en insulinepen of insulinepomp bij je hebben.

syndroom van down

In het lichaam van iemand met het syndroom van Down komt het 21e chromosoom in drie keer voor. Dit wordt ook wel trisomie 21 genoemd.
Door de afwijkende chromosomen krijgt het kind een typisch uiterlijk Behalve dit typische uiterlijk heeft het kind ook een achterstand in de geestelijke ontwikkeling.

strabismus

Strabismus is scheelzien. Je ogen staan niet recht.